Eind vorige week en begin deze week was ik in Parijs voor een driedaagse studiereis met de tweedejaarsstudenten Sport- en Cultuurmanagement van de KHBO. Het was al weer eventjes geleden dat ik in Parijs was en het was een leuk weerzien.
Dag 1
De eerste dag (zondag) was een kennismaking met de stad. Eerst met de bus de belangrijkste monumenten voorbijrijden met bijpassende uitleg, gevolgd door een drie uur durende fietstocht. Aangezien we met 52 studenten waren, moesten we ons opsplitsen in drie groepen. Ik heb me vrijwilliger gesteld om de sportieve tocht te begeleiden (wat wilde zeggen: enkele pittige klimmetjes en wat behendigheid in het La Villette). De fietstocht was in het noordoosten van Parijs vanuit Montmartre, langs het Canal de l'Ourcq, door La Villette, langs het Parc des Buttes Chaumont, Parc de Belleville, Cimetiére du Pére Lachaise, Bastille, Place des Voges en het Centre Pompidou om terug te eindigen in Montmartre. Een minder bekende kant van Parijs, maar wel zeer interessant en voorzien van de nodige uitleg van de gids.
Fietsen in Parijs is de laatste jaren geen probleem meer. De gids vertelde me dat sinds de Vélib er een enorme transformatie plaatsvond in Parijs. Heel wat straten zijn nu tweerichtingsverkeer voor fietsers, de zondag worden een heleboel straten autovrij gemaakt en de automobilisten zijn de fietsers gewoon geworden. Het grootste gevaar zit hem in de voetgangers, die zonder kijken oversteken en geen rekening houden met fietsers. Al lijkt het me wel aan te raden dat je het gewoon bent om als fietser in druk verkeer te rijden, er zijn immers niet overal fietspaden.
's Avonds hebben we met een deel van de groep samen gegeten in de Bistro Romain aan l'Opera. Niet duur en toch zeer goed. De beschrijving van de Lonely Planet klopt helemaal: "A surprisingly upmarket place for its price category, and service is always pleasant and efficient." Na het eten heb ik met een aantal studenten nog een avondwandeling gemaakt langs Place Vendôme, het Louvre en de Seine tot aan Châtelet.
De tweede dag ben ik meegeweest met de cultuurstudenten. De voormiddag bestond uit een bezoek aan l'école des métiers de la culture (EAC) waar we elkaar wat beter leerden kennen. Het was interessant om te horen hoe zij hun opleiding invullen, die heel praktijkgericht is. We kunnen zeker nog veel van elkaar leren.
In de namiddag stond een gegidst bezoek aan het Centre Pompidou op de agenda. De tentoonstelling die we bezocht hebben geeft een mooi overzicht van de moderne kunst. Het was de eerste keer dat ik een gegidst bezoek gevolgd heb over moderne kunst, en ik moet toegeven dat de kunst op die manier een heel pak interessanter wordt. Waar je bij oudere kunst vaak zelf veel kan ontdekken, vraagt moderne kunst toch om een extra woordje uitleg.
De laatste dag ben ik meegegaan met de sportstudenten en stond dan ook volledig in het teken van sport. In de voormiddag hebben we het Stade de France bezocht met een gids. Het is een impossant stadium met zelfs een ondergrondse weg die onder het volledige stadion loopt en de spelersbussen toelaat tot aan de kleedkamers te rijden. Die kleedkamers zijn dan weer zeer groot met zelfs een opwarmruimte die kan opgewarmd worden tot 40°C. Vandaar mochten de studenten dan in twee elftallen langs de spelerstunnel het veld opgaan, onder luide aanmoedigingen (een opname, maar toch een leuke toets). Het bezoek werd beeïndigd met een bezoek aan de presidentiële loge (die opmerkelijk sober was) en het museum.
In de namiddag werd de reis afgesloten met een bezoek aan Roland-Garros, waar we opnieuw de kleedkamers te zien kregen, het speelveld en ook de perszaal.
Na verschillende camera apps en fotobewerkingsapps voor de iPhone ben ik uiteindelijk uitgekomen op de The Best Camera App van Chase Jarvis. The Best Camera is niet alleen een app, maar ook een community en een fotoboek waarin alle foto's genomen zijn met de iPhone. Het ganse concept draait rond het idee dat de beste camera diegene is die je bijhebt. En als je een iPhone hebt, heb je die nu eenmaal altijd bij de hand.
Waar deze app verschilt van de andere zijn de uitgebreide filters & effecten die je kunt toepassen op de foto's die je neemt (of reeds genomen hebt) en de bewerkte foto's dan ook onmiddellijk kan delen via The Best Camera, Facebook, Twitter & e-mail. De effecten die in de app zitten, zijn zeer goed en zorgen ervoor dat het eindresultaat best gezien mag worden.
Aangezien ik de laatste tijd het grootste deel van mijn tijd doorbreng op mijn werk, heb ik de app uitgetest door daar wat foto's te nemen. Het is meteen ook het goede moment om de KHBO wat te promoten voor de Open Bedrijvendag van morgen.
Vandaag heb ik voor de eerste keer het volledige traject van thuis naar het werk met de fiets afgelegd. Het was prachtig fietsweer en ik had de tijd: het ideale moment om de Brompton eens uit te testen op langere afstanden.
De Brompton heeft met glans de test doorstaan. Velen denken dat een vouwfiets totaal ongeschikt is voor iets anders dan korte stadsritjes. Na een goeie 30 km aan een stuk fietsen kan ik dit tegenspreken: ik kwam fris en zonder ook maar de minste pijn aan op de KHBO. De Brompton fietst vlot en is comfortabel genoeg om er 2 uur aan een stuk mee te fietsen.
Het grote voordeel van de Brompton is natuurlijk dat ik vanavond niet hoefde terug te fietsen. Niet dat ik daar geen zin meer in had, maar mocht ik het ganse eind terugfietsen zou ik te laat thuis zijn. Dus de terugreis was zoals elke dag: naar het station fietsen, opvouwen en op de trein naar Oostende om daar de Brompton terug uit te vouwen en het laatste stukje over de dijk naar huis te fietsen.
Het is zeker niet de laatste keer dat ik een langere fietsrit gedaan heb met de Brompton. Als het weer zo mooi blijft, zal ik zeker nog regelmatig naar Brugge fietsen. Ik denk er zelfs aan om met de Brompton te reizen. De combinatie Brompton en openbaar vervoer lijkt me ideaal. Misschien ga ik dan wel investeren in een beter zadel, ergonomische handgrepen en een fietskar.
Maandag heb ik in de KHBO een lezing van dokter Luk Swinnen over stress bijgewoond. Hieronder een overzicht van de meest opmerkelijke punten uit zijn betoog.
Wat is stress?
De lezing begon met een medische uitleg van wat stress nu precies is: een autonome functie van de hersenen, een soort reflex. Het is eigenlijk een papje van adrenaline, cortisone en neurotransmitters die aangemaakt worden in de hersenen. In de prehistorie hield stress je alert en gaf je kracht om te reageren. De energie die vrijkomt kon de mens toen kwijt door de vluchten of te vechten. Vandaag de dag raken we die energie niet meer zo snel kwijt. Vroeger sprak men wel eens van positieve en negatieve stress, maar positieve stress is vandaag de dag ook taboe bij de behandeling van stress: stress is altijd negatief. De stoffen die vrijkomen verkorten altijd je leven en dit met 20 jaar! Een positievere noot was dat je de stressreflex kunt beheersen, maar het vergt wel veel oefening. Dokter Luc Swinnen vertelde dat hij tegenwoordig zo goed als nooit nog stress heeft, maar dat hij er toch 15 tot 20 jaar over gedaan heeft om dat te bereiken.
Het grote probleem bij stress is dat het continu aanwezig kan zijn. Voordien kan je gaan anticiperen op een probleem (wat stress veroorzaakt), terwijl je bezig bent kan je gaan interpreteren (waarbij verkeerde interpretaties tot stress kunnen leiden) en nadien kun je dan nog eens gaan evalueren, wat ook stress bezorgt. Je kan dus stress hebben voor, tijdens en na. Er is zelfs geen probleem voor nodig. Een voorbeeld hiervan is een presentatie die je moet doen: voordien ben je al bezig met wat er allemaal kan mislopen, tijdens je presentatie meen je af te leiden uit het gedrag van je publiek dat je slecht bezig bent en nadien ga je de ganse presentatie nog eens evalueren.
Een belangrijke oorzaak van stress is het oordeel van derden. Je telkens afvragen wat "de mensen wel niet zullen denken" leidt gegarandeerd tot stress. Door niet te veel rekening te houden met de mening van anderen kan je al een heleboel stress vermijden. Hiermee wordt niet gezegd dat je je helemaal niets van de anderen moet aantrekken, maar dat je wel je eigen weg moet gaan.
Stress op het werk
Stress komt vooral voor bij kenniswerkers. De redenen hiervoor liggen voor de hand. Kenniswerkers hebben nooit gedaan met werken en weinigen werken nog op vaste ritmes. Je kan je werk overal mee naartoe nemen (GSM, iPhone, Netbook …). Dit zorgt voor stress. Tip: zet alle communicatiemiddelen af als je thuiskomt. Samengevat zijn er twee grote oorzaken van stress bij kenniswerkers:
Je hebt nooit het gevoel dat je gedaan hebt
Je weet nooit of je kwaliteit voldoende is (en evaluatie is hiervoor weinig nuttig)
Eén voor één gaan kenniswerkers hieraan kapot. Een mens geeft immers structuur en een zekere vorm van zekerheid nodig. Daarbij hebben mensen het meeste stress als ze niets kunnen doen aan bepaalde dingen. Op het werk gang je af van je collega's en bij groepswerk wordt je beoordeeld op het resultaat van je collega's. Veel werken is niet zozeer het probleem, maar wel collega's die hun werk niet goed doen.
Als alles goed gaat en je kun je vaardigheden benutten, dan spreekt men van flow. Er zijn drie mogelijkheden:
Je werkt in het flow-kanaal: De vaardigheden komen overeen met de uitdagingen. Er is een evenwicht.
Je werkt boven het flow-kanaal: Je kan je het werk niet meer aan, er is sprake van burn-out. Nu zijn er zelfs al mensen van 25 jaar die een burn-out hebben. De oorzaak hiervan begint al aan 3, 4, 5 jaar oud. Kinderen moeten sporten, muziek spelen, les volgen …. Bij een burn-out ben je twee jaar buiten strijd.
Je werkt onder het flow-kanaal: Je vaardigheden worden niet voldoende benut, er is sprake van een bore-out. De symptomen en gevolgen van een bore-out zijn gelijk aan die van een burn-out.
Het evenwicht, het werken in het flow-kanaal is heel belangrijk. Als dit evenwicht zoek is moet je van job veranderen.
Evenwicht
Er zijn volgens dokter Luc Swinnen drie periodes in elke dag die in evenwicht moeten zijn: werken, regenereren (doen wat je graag doet) en slapen. In de ideale situatie duurt elke periode 8 uur. Tegenwoordig wordt er tijd afgenomen van regenereren en slapen om te werken. Een mogelijkheid om te regenereren is sporten, maar als je wil sporten als regeneratie moet je dit minstens 3 keer per week doen en daarbij geen overdreven inspanning doen. Bij het slapen moet je 3 keer een REM-slaap hebben per nacht (ongeveer 1 keer om de 1u30). Als je niet aan het begin van de cyclus in bed kruipt, dan lig je wakker tot een nieuwe cyclus is gestart. Door de computer en de tv voelen veel mensen die cyclussen niet meer aan en gaan dus vaak te laat gaan slapen.
Een ander belangrijk evenwicht is dat tussen werk en privé. Als je beiden niet goed kan doen, geef je het ene op voor het andere. Vaak wordt vandaag de dag de privé opgegeven voor het werk. Dokter Luc Swinnen is van mening dat veel echtscheidingen het gevolg zijn van te veel tijd in het werk steken. Sociaal contact is de belangrijkste buffer om je te beschermen tegen stress, maar als je nu behoefte hebt aan een babbel, kan dat vandaag vaak niet meer (gesprekspartner geeft geen tijd, alles moet gepland worden).
Stress behandelen
Klachten behandelen doet men niet meer in de psychologie. Wat men wel doet is het goede versterken. Meestal verdwijnt die klacht dan vanzelf. Een psycholoog/arts gaat niet meer in op de klacht (je beloont anders mensen om een klacht te hebben), maar gaat op zoek naar energie om een energiebalans op te bouwen.
Bij de behandeling van stress werkt men aan de hand van een model met 7 stappen:
Je begint onderaan bij de context. Als je de context kan veranderen, verander hem. Kan je hem niet veranderen, aanvaard hem dan. Als je niks kan veranderen, moet je er ook niet over praten of mee bezig zijn. Door de media worden we met een aantal problemen opgezadeld die toch niet veranderbaar zijn.
Daarna volgt gedrag. Gedrag veranderen is niet moeilijk. Ga nooit in discussie met iemand, want het is tijdverlies. Je kunt gelijk hebben of gelijk krijgen. Wat is het nut van gelijk krijgen? Beter is om een stuk mee te gaan in iemands betoog en dan jouw betoog te geven (U-vormige boog). Hierdoor ontstaan betere sociale contacten, want je luistert ook. Je hoeft niet meer altijd gelijk hebben: dit geeft een ontspannen gevoel. Het tegengestelde zie je bijvoorbeeld in de Zevende Dag.
Emotie kun je leren beheersen. Je kunt emotieloos een tijdje leven, iets aanpassen en dan terug de emotie toepassen. Dit wordt bijvoorbeeld toegepast bij de Marines in de VS, die emotieloos moeten kunnen doden. Men noemt dit dissociatietechnieken.
Overtuigingen kun je veranderen: een externe referentiekader (wat andere mensen ervan vinden) hoef je niet te hebben. Hierdoor ben je een vrij mens. Je hoeft je de kritiek ook niet meer aan te trekken. Een intern referentiekader is veel minder stressvol.
Zelfbeeld: veel mensen hebben een klein zelfbeeld (vroeger: minderwaardigheidscomplex). Dit kan enkel als je een extern referentiekader hebt. Door een extern referentiekader kan je je ook beter gaan voelen dan de rest en ook dat is niet goed.
Missie: Nadenken over wat je wil bereiken? Wat is je doel? Als je werk je missie is, dan is het leuk werken en zit je in de flow. Je moet je natuurlijk die vragen stellen. Vaak doen mensen dit als er iets ernstigs is gebeurd. Stel ze vandaag en bepaal je leven in die richting!
Visie: Een zicht hebben hoe je die missie gaat bereiken.
Met de verhuis van de KHBO naar een nieuwe campus in Brugge, ben ik ook aan het uitkijken naar een nieuw vervoersmiddel.
Dit jaar ging ik (afhankelijk van het weer) met de fiets of de bus naar het station van Oostende. Vandaar nam ik de trein tot in Brugge en dan was het maar enkele minuten wandelen tot de huidige campus. De nieuwe campus ligt een heel eind van het station af, en dus moet ik nu ook een transportmiddel zoeken in Brugge. Daarvoor zijn er eigenlijk maar twee goede opties: de bus of de fiets. Met de wagen naar Brugge rijden doe ik enkel als ik heel veel te vervoeren heb (dus maar een paar keer per jaar). Benzine kost tegenwoordig veel geld en je vervoersonkosten worden niet vergoed (wat wel zo is voor het openbaar vervoer en de fiets).
Aangezien ik liever fiets dan de bus neem en ik zowel in Oostende als in Brugge moet fietsen met een treinrit ertussen lijkt er maar één goede oplossing: een vouwfiets. Het bekendste merk is hier Brompton: een Engelse vouwfiets die al bijna 30 jaar ongewijzigd op de markt is. Het is tevens de vouwfiets die het meest compact vouwt in een 15-tal seconden.
Bromptons zijn niet goedkoop, dus een testrit drong zich op. Daarom ben ik donderdag naar Dejonckheere in Oostende gegaan. Hij is de enige verdeler van Brompton in de buurt. Ik mocht er een kwartiertje fietsen met de Brompton-Ralph met 6 versnellingen, het meest verkochte model. Na dit kwartiertje was ik in positieve zin verrast over de fiets. Hij rijdt net zo goed als een gewone stadsfiets. Ik had al met een Dahon gereden, maar die voelde echt aan als een kleine fiets. Dat gevoel had ik helemaal niet op de Brompton. De testrit heeft me kunnen overtuigen dat de Brompton een volwaardig transportmiddel is.
Vrijdag ben ik nog even langs gegaan om te kijken of mijn boekentas in de voormand past (en dat doet hij). Die voormand is een ingenieus systeem, waardoor je geen bagagerek nodig hebt, maar toch veel kan vervoer. De mand is vlot af en aan te koppelen, en in gevouwen toestand kan hij er zelfs op geklikt worden en dienen als handvat om de Brompton voort te trekken.
Van de Brompton ben ik dus overtuigd, nu moet ik enkel nog een veilige plaats vinden om hem te stallen op de nieuwe campus. Hem gewoon tussen de studentenfietsen plaatsen lijkt me geen goed idee.